Contact
Logo Ons Buiten Foto madeliefjes
concept statuten voorjaar 2008

Inleiding

Voor de nieuwe leden en de nieuwe aspiranten van Ons Buiten en ook voor degene die er niet zo bij betrokken zijn geweest eerst in vogelvlucht een korte terugblik.

 

Korte terugblik

Enige jaren geleden hebben met name de afdelingen in de Bestuurlijke adviescommissie (BAC) van de Bond van Volkstuinders (BvV) aangegeven dat de structuur van de BvV verouderd was. Ook kwam het regelmatig voor dat de communicatie tussen het bondsbestuur en afdelingsbesturen niet optimaal verliep. Na veel aandringen heeft het bondsbestuur contact gezocht met externe adviseurs. Met het eerste bureau kon het bondsbestuur niet tot zaken komen. Aan Hordijk en Hordijk is een opdracht verstrekt, maar het resultaat bleef volgens het bondsbestuur onder de maat. De ervaring leert dat de resultaten van onderzoek vooral goed zijn als de opdrachtgever een heldere opdracht neerlegt en het onderzoeks­bureau een redelijk vrije hand krijgt om hun deskundigheid in te brengen.

 

Het bondsbestuur heeft uiteindelijk zelf een voorstel geschreven wat zij het Veranderplan hebben genoemd. In het veranderplan werd één mogelijkheid naar voren gebracht, namelijk het zgn. duaal stelsel. Een voorgesteld systeem waarbij de bondsstructuur ongewijzigd blijft en de afdelingen door middel van mandatering meer bevoegdheden kunnen krijgen. Een echte toename van zelfstandigheid wordt hiermee niet bereikt.

 

Door reacties van met name de leden is dit matige plan een stille dood gestorven. Wat duidelijk naar voren kwam was dat veel leden meer zelfstandigheid wensten voor de afdelingen. Een ander belangrijk punt was dat het afscheid nemen van onwillige volkstuinders met het kunnen incasseren van openstaande vorderingen beter geregeld moest worden. Het bondsbestuur heeft voorgesteld om de statuten en reglementen aan te passen en heeft hiervoor een werkgroep mandaten ingesteld.

 

Ons Buiten heeft bij herhaling aangegeven dat het een slechte zaak is om nieuwe statuten en regle­menten op te stellen, terwijl over de gewenste veranderingen geen overeenstemming is. Steeds opnieuw bleek dat dit bondsbestuur feitelijk geen veranderingen wenst en zeker geen toename van echte verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de afdelingsbesturen cq afdelingen. Laat staan de mogelijk­heid van verzelfstandiging.

 

Werkgroep mandaten

In 2007 is de werkgroep mandaten op verzoek van het bondsbestuur gestart met het samenstellen van nieuwe statuten en reglementen. De aanleiding was de door de leden gewenste vernieuwing van de verenigingsstructuur en regelgeving. Er waren, volgens opgave van de werkgroep, twee doelen te weten:

 

  1. Eén concrete basisstructuur met meer vrijheid voor de individuele afdelingen binnen daarvoor duidelijk gestelde kaders, waarbij gestreefd wordt naar eenheid van beleid in de uitvoering.
  2. Een bondsbestuur dat de afdelingen ondersteunt en faciliteert.

 

Helaas gaat het bij het 1e doel al mis. Het doel van meer vrijheid voor de individuele afdelingen belooft veel goeds, maar de inperking 'binnen duidelijk gestelde kaders' is een onnodige beperking en dit blijkt ook in de uitwerking. Verder wordt volgens het 1e doel gestreefd naar 'eenheid van beleid in de uitvoering', ook deze beperking is niet in de geest met wat door de leden gewenst wordt. In de praktijk is maar al te bekend dat er grote verschillen zijn tussen de afdelingen en deze moet je niet willen inperken. Dit is niet nodig en past zeker niet bij de wens tot meer zelfstandigheid.

 

Het 2e doel is prima maar dan moet in de uitwerking van de nieuwe statuten en reglementen blijken dat het bondsbestuur zich dienstig opstelt ten opzichte van de afdelingen. Dit is absoluut niet het geval. De centralistische rol van het bondsbestuur is niet alleen gehandhaafd maar zelfs versterkt.

 

Hoe de nieuwe statuten en reglementen nu te beoordelen

Omdat de werkgroep mandaten en het bondsbestuur heeft nagelaten om de uitgangspunten en de hierbij gemaakte keuzes duidelijk toe te lichten kun je niets anders doen dan de nieuwe statuten en reglementen op hun inhoud beoordelen. Dat is dan ook wat het bestuur van Ons Buiten heeft gedaan. Dit staat helemaal los van het feit dat wij vinden dat er een mogelijkheid moet worden geboden aan een afdeling om op een juridisch zelfstandige wijze als volkstuinpark door te gaan.

 

De keuze om per tuin slechts 1 lid van de BvV toe te staan is wellicht logisch m.b.t. het tuchtreglement maar is niet handig m.b.t. andere punten. Door hier nu star aan vast te houden kun je als afdeling niet anders dan je hier tegen verzetten. Dat een aanpassing veel consequenties heeft is duidelijk. Het is echter zeer wel mogelijk om voor een ander model te kiezen en toch een betere regeling m.b.t. het tuchtreglement te krijgen. Wellicht vereist dit iets meer creativiteit van de samenstellers.

 

De keuze om de zittingsduur van leden van het bondsbestuur, leden van een afdelingsbestuur en leden van commissies tot maximaal 9 jaar (3 x 3 jaar) te beperken is een slechte keuze. Dit is wellicht voor leden van het bondsbestuur nog te verdedigen, maar voor de leden van een afdelingsbestuur en voor leden van een commissie niet. Als argumentatie wordt aangegeven dat dit door maatschappelijke ontwikkelingen logisch is, maar hierbij slaat de werkgroep de plank echt mis. Er wordt verwezen naar de zgn. good governance maar hierbij wordt vergeten om welke schaalgrootte het hierbij gaat en op welke groep van bestuurders dit slaat. Strikt toegepast geldt dit uitsluitend voor het bondsbestuur. Wanneer de zittingsduur blijft bestaan dan betekent dit dat we in de afdelingen na 9 jaar goede schilders, tuinmannen, taxateurs, penningmeesters enz. kwijtraken, om nog maar te zwijgen van al die andere mensen. Wanneer je aan de leden van de werkgroep mandaten opmerkt dat er o.a. veel kennis verloren gaat, dan wordt er schamper over gedaan met ‘er komen wel weer nieuwe mensen’. Alsof goede en gemotiveerde vrijwilligers staan te trappelen om de taken over te nemen.

 

De keuze dat afdelingsbestuurders niet meer afgevaardigde voor de bondsvergadering mogen zijn is opnieuw een voorbeeld van een volstrekt verkeerde verandering. Het is te zot voor woorden dat een lid van het afdelingsbestuur die de afdeling gedurende 365 dagen per jaar vertegenwoordigt geen stemrecht heeft in de bondsvergadering en van de bondsvergadering kan worden uitgesloten. Dat en passant ook het aantal bondsafgevaardigden meer dan gehalveerd wordt is al eveneens idioot. Ook is het erg dat de zorgvuldigheid bij de bondsvergadering sterk is afgenomen. Het is in de nieuwe statuten en regle­menten toegestaan om besluiten te nemen over zaken die niet op de agenda staan. Sterker het is zelfs mogelijk dat statuten gewijzigd worden zonder dat deze geagendeerd zijn. Inspraak van de leden, de afdelingen en de afdelingsbesturen is ver te zoeken.

 

Om deel te nemen aan een bestuur of commissie is het feitelijk nodig dat je lid bent van de BvV. Slechts 1/3 van de leden van een bestuur of commissie mag uit niet-leden bestaan. Dit houdt in dat in een bestuur van 5 personen er slechts 1 persoon niet-lid mag zijn. Mede omdat medetuinders in de nieuwe statuten en reglementen geen lid meer zijn gaat dit in de praktijk grote problemen geven. Goede partners, medegebruikers, medetuinders enz. worden buitenspel gezet. Soms zou een nieuwe overeenkomst gemaakt kunnen worden, alleen om het mogelijk te maken dat iemand kan toe treden tot een bestuur of een commissie. Over vooruitgang gesproken.

 

In plaats van zoveel mogelijk over te laten aan afdelingen wordt nog meer dan voorheen op bondsniveau vastgelegd. Dit doet uiteraard geen recht aan het uitgangspunt van de leden (afdelingen) dat zij meer beleidsvrijheid willen. Op de 2e bijeenkomst werd al direct duidelijk hoe ongelukkig het is om te proberen alles uniform te maken. Alleen de hoofdlijnen zouden in de nieuwe statuten en reglementen moeten worden vastgelegd. De rest kan prima op afdelingsniveau in het huishoudelijk reglement worden vast­gelegd. Overigens is algemeen bekend dat afdelingen veel verschillen. Dit is juist goed en dit moet je niet binnen statuten en reglementen proberen aan banden te leggen.

 

In de nieuwe statuten is opgenomen dat een afdeling kan worden teruggefloten wanneer het volgens het bondsbestuur in strijd handelt met de belangen van de bond. Uiteraard kan het wel voorkomen dat het belang van een afdeling uitstijgt boven het algemene bondsbelang. Een afdeling moet dan vrij zijn om een eigen standpunt in te nemen. Dit kan bijvoorbeeld spelen bij plannen waarbij een tuinpark mogelijk wordt opgeheven of verplaatst. Dan moet je zeer duidelijk zijn en het soms hard spelen. Dit bondsbestuur heeft in het recente verleden al geprobeerd om afdelingen een spreekverbod op te leggen, wat uiteraard geen succes had. Je moet er niet aan denken dat het bondsbestuur volgens de nieuwe statuten en regle­menten in hun recht staan om dit te kunnen doen. Dit gaat zondermeer problemen geven tussen afdelingen en bondsbestuur en zal zeker voor de buitenwacht niet onopgemerkt blijven.

 

In de nieuwe statuten en reglementen is geprobeerd om een royement van een onwillige tuinder beter te regelen. Tot een echte oplossing wordt niet gekomen, zeker niet met betrekking tot het kunnen incasseren van openstaande vorderingen.

 

Dit zijn zomaar enkele voorbeelden waarom het bestuur van Ons Buiten de nieuwe statuten en reglementen ronduit slecht vinden. Wij keuren ze dan ook af. Wij hebben in een uitgebreide reactie met toelichting (12 pagina's) onze opmerkingen verwoord. Maar doordat het bondsbestuur en de werkgroep mandaten hebben aangegeven niet van plan zijn om feitelijk belangrijke aanpassing aan te brengen, is er geen andere mogelijkheid dan de huidige statuten en reglementen te handhaven.

 

Het bestuur van Ons Buiten vindt de nieuwe statuten en reglementen en de ontwikkelingen hierbij dermate belangrijk voor de leden dat zij het zeer dringende verzoek van het bondsbestuur om de informatie uitsluitend binnen het bestuur te houden negeert. In deze toelichting hebben wij slechts enkele hoofdpunten willen belichten. Wij verwijzen voor onze detailreactie naar onze brief aan het bondsbestuur en de reactie op de statuten en reglementen. Wij hebben deze en overige documenten voor u op onze website geplaatst. In het verenigingsgebouw is een map aanwezig waarin de informatie ook te vinden is. Hier zijn ook de nieuwe statuten en reglementen te vinden.

Graag ontvangt het bestuur van Ons Buiten een reactie op de verstrekte informatie.

 

 

 

 

 

 

 

 

naar boven